Isa, ons bonuskindje

Isa kwam toen mijn tweede zwangerschap nog niet eens zichtbaar was. ‘Mama ik heb ook een baby in mijn buik’ vertelde onze peuterdochter van bijna 3. Ik wees aan dat de baby in mijn buik net zo groot was als haar poppenhuisbaby (ongeveer 4 cm). Haar baby groeide ook in haar buik. Eerst zo klein dat je het net tussen duim en wijsvinger kon aanwijzen. Later haalde haar baby de mijne in. De verloskundige speelde het spelletje mee en zocht ook bij Isabella naar een kloppend hartje in haar buik. En toen ik nog wel wat weken te gaan had, werd er een meisje geboren. Even later bleek ze toch weer in de buik te zitten, en werd ze opnieuw geboren. En opnieuw, en opnieuw. Een kangoeroe-baby misschien? Het meisje werd Isa genoemd.

Die herfst werd onze zoon geboren. Hij ging aan de borst en in de wieg. Isa ook. Toen zoonlief, 16 dagen oud, in het ziekenhuis belandde en ik voor hem melk afkolfde, kwam dochter bij me zitten en maakte ook flesjes melk die ze aan Isa gaf. Later werd Isa groter en mocht ze mee aan tafel, samen spelen en mee in de auto. Uiteraard was Isa ook een keer jarig. Nee wat zeg ik? Ze is wel minstens zes keer jarig geweest.

Eén keer zorgde Isa voor een niet zo fijne situatie. Ik had op uitdrukkelijk verzoek van peuterdochter de middelste gordel vastgemaakt. Want daar zat Isa. Onderweg schijnt het dat Isa de gordel los heeft gemaakt, want de auto gaf een alarm dat de gordel los was. Dit alarm bleef hard – en hardnekkig – klinken tot ik in een rustig straatje de motor afzette en weer startte. Ik heb Isa heel streng toegesproken, zo streng dat peuterdochter er ook van onder de indruk was. Voortaan mocht Isa alleen voor nep in de gordel.

Meer dan een jaar lang was Isa onderdeel van ons gezin. Tot op een dag peuterdochter simpelweg zei: ‘Mama, je weet toch wel dat Isa gewoon de groene leguaan van Dora is?’